Waarom katten liever uit stromend water drinken

Katten zijn slechte drinkers. Dat is geen eigenwijsheid maar afkomst: de voorouder van de huiskat komt uit een droog gebied en haalde bijna al zijn vocht uit prooi. Een muis bestaat voor ongeveer driekwart uit water. Droogvoer voor ongeveer een tiende.
Een kat die alleen brokken eet, moet dus veel meer drinken dan zijn instinct hem ingeeft. En dat doet hij vaak niet.
Waarom stilstaand water minder aantrekkelijk is
In het wild is stilstaand water vaker besmet dan stromend water. Katten lijken daar gevoelig voor te zijn gebleven: veel katten drinken liever uit een lopende kraan dan uit het bakje dat er al de hele dag staat.
Daar komt bij dat een kat slecht ziet waar het wateroppervlak precies zit. Beweging maakt de rand zichtbaar. Dat scheelt met de snorharen tegen de rand van een te smalle bak, en daar hebben veel katten een hekel aan.
Wat een fontein doet
Een fontein houdt het water in beweging en filtert er stof, haar en voerresten uit. Voor veel katten is dat genoeg om vaker en langer te drinken. Meer drinken is voor een kat gewoon beter, want te weinig vocht is een van de dingen die op de lange termijn meespelen bij blaas- en nierproblemen.
Wat een fontein niet is
Geen medisch apparaat. Een fontein voorkomt geen blaasontsteking, geneest geen nierziekte en vervangt geen dierenarts. Wie dat belooft, verkoopt je iets anders dan een waterbak.
Plast je kat vaker, met kleine beetjes, met bloed, of juist helemaal niet? Dan is dat een spoedgeval, zeker bij katers. Ga direct naar de dierenarts.
Praktisch
- Zet de fontein niet naast de voerbak. Katten drinken van nature niet op de plek waar ze eten.
- Ververs het water elke paar dagen, ook al filtert het apparaat.
- Maak hem elke twee weken schoon; er vormt zich anders een laagje op de binnenkant.
- Laat de oude waterbak de eerste weken staan. Sommige katten hebben tijd nodig, en een paar wennen er nooit aan.